Geschiedenis Reuver

De St. Lambertusparochie, haar kerk en haar herders in vogelvlucht

Inleiding

Op 1 april 1834 werd Reuver, tot dan toe behorend tot de parochie Beesel, door Mgr. Van Bommel, bisschop van Luik, tot een zelfstandige parochie verheven. Op dat moment beschikte de nieuwe parochie slechts over de Sint Lambertuskapel die na het instorten van de oude kapel in 1830 in de kom van Reuver was gebouwd. In 1834 bouwde pastoor van Wielick en zijn kerkmeesters voor amper 4000 gulden de eerste (nood)kerk waar de 500 parochianen trots op waren. Een lang leven was dit Godshuis niet beschoren, daar er onvoldoende rekening gehouden was met de bevolkingsaanwas. Ook de nadelen van een goedkope bouw kwamen snel aan het licht. Reuver was echter in die tijd een van de armste parochies uit het bisdom met misschien wel het slechtste kerkgebouw van Nederland.

Het eerste gedeelte van de Lambertuskerk

lambertuskerkMet behulp van subsidies van de gemeente, de provincie en het rijk en met de bijdragen uit de bevolking werd in 1878 o.l.v. pastoor Wolters gestart met de bouw van een nieuwe Kerk. (de huidige Lambertusbeuk). Deze werd geheel onder eigen beheer gebouwd. De kosten bedroegen ca 20.000 gulden. Hierdoor kon op dat moment de geplande toren echter niet gebouwd worden. Toen de financiële positie in 1879 bleek mee te vallen, er waren vele extra giften verkregen, werd besloten de oorspronkelijk geplande toren alsnog in het bouwprogramma op te nemen. De bouw verliep voorspoedig en reeds op 6 september 1880 kon de plechtige inwijding door Mgr. Paredis, bisschop van Roermond plaatshebben. Het dwingt respect af dat een gemeenschap van slechts 900 parochianen in staat bleek een dergelijk groot werk in die tijd onder de omstandigheden van toen te realiseren.

In 1884 werd het 50 jarig bestaan van de parochie gevierd. Ter gelegenheid hiervan werd uit de opbrengst van een grote tombola het innerlijk van de kerk verfraaid door o.a. het aanbrengen van veertien kruiswegstaties en het aanbrengen van een kerkschildering op het plafond van het priesterkoor, bestaande uit een viertal engelenfiguren. De kerkschildering verdween in 1967 onder de witte verf toen, onder pastoor Geraets, een interne restauratie werd doorgevoerd.

Uitbreiding

Vanwege het feit dat de bevolking bleef groeien ontstond begin 1900 de behoefte om de kerk uit te breiden. Er werden plannen gesmeed en financiële middelen geworven. Met de verbouwing werd op 19 maart 1907 begonnen. Op 8 december van datzelfde jaar kon de nieuwgebouwde kerkbeuk, de huidige middenbeuk, door pastoor Vrancken worden ingezegend. De jaren daaropvolgend kon het interieur verder verfraaid worden met een nieuwe kruisweg en een gebrandschilderd glas in lood raam van Joep Nicolaas, achter het oksaal. In 1914 volgde pastoor Hubertus Toebosch pastoor Vrancken op.

In het begin van de eerste wereldoorlog werden verschillende restauratiewerken uitgevoerd. Vanwege het overlijden van pastoor Toebosch in 1918 werd pastoor Jos Packbier als zijn opvolger benoemd. In 1922 werd het kerkgebouw zwaar beschadigd door een hevige storm. Meer dan vijftig vierkante meter dak werd van het hoge gedeelte afgerukt. Leien, balken, planken, lood, zink en brokken muur kwamen op de eerder gebouwde beuk terecht die hierdoor ernstig werd beschadig. Een ander deel van het dak werd zelfs door de wind meegenomen en belandde op het marktplein waar een grote ravage werd aangericht.

De derde “beuk”

Op 15 mei 1922 werd begonnen met het herstellen van de schade en tevens met de uitbreiding van het kerkgebouw. Hoewel nog niet voltooid en opgeleverd, werd de kerk op 11 maart 1923 ingezegend door de pastoor. Pastoor Packbier verliet eind 1927 onze parochie vanwege zijn benoeming tot Deken van Schinnen. Tot zijn opvolger werd aangewezen pastoor J. Kaufman. Nauwelijks een half jaar later maakte de parochie zich op voor weer een nieuwe pastoorsinstallatie, daar pastoor Kaufman wegens ziekte ontslag moest nemen. Hij werd opgevolgd door pastoor Nicolaas Viegen. De ambtsperiode van pastoor Viegen zou er een worden van moderniseringen, van pracht en praal, van ’t ceremonieel gebeuren en van orde en regelmaat. Eind 1929 werd uit de opbrengst van een collecte overgegaan tot het aanleggen van een centrale verwarming, waardoor het ook voortaan in de winters die zouden volgen “behaaglijk” zou zijn in de kerk.

100 jarig jubileum Parochie H.Lambertus

Op 6 juni 1934 werd het 100 jarig jubileum gevierd. Uit een aantal schenkingen ter gelegenheid van dit jubileum werden een aantal nieuwe misgewaden, een verguld zilveren monstrans en een brand - en inbraakvrij tabernakel verkregen.

De oorlog en het herstel

Op 5 december 1942 werden als gevolg van een verordening van de bezetter de klokken uit de toren gehaald, welke zouden worden omgesmolten voor de fabricage van oorlogstuig. Eind 1944 werd het dak van de kerk ernstig beschadigd, evenals de toren en het orgel, dit als gevolg van granaten die er op terecht kwamen. Gedurende enige tijd werd er een “noodkerk” ingericht op een zolder van de fabriek van Janssen-Willemsen. Het verwoeste kerkgebouw werd provisorisch hersteld waardoor er vanaf medio april 1945 weer diensten konden worden gehouden. Pastoor Viegen werd in oktober 1945 opgevolgd door pastoor G. Stoot. Eind 1946 werd begonnen met het definitieve herstel van de schade uit de oorlogsjaren. Op 25 april 1948 werden drie nieuwe kerkklokken gewijd die door twee Reuverse families werden geschonken.

Pastoor Stoot werd in 1953 benoemd tot deken van Tegelen en opgevolgd door pastoor Jules Ceijssens. De parochie kon niet lang van zijn diensten gebruik maken. Hij overleed in 1955 als gevolg van een ongeval met zijn bromfiets. Hij werd opgevolgd door pastoor Hubertus Essers. In het eerste jaar van zijn ambtsperiode kwam de stichting van het rectoraat Offenbeek tot stand. In 1970 werd dit rectoraat verheven tot parochie. Eind 1956 werd besloten dat de spoorlijn als officiële grens tussen de beide parochies zou gelden. In 1957 werd de kroon gezet op de herstelwerkzaamheden van de schade aan het kerkgebouw uit de oorlogsjaren. De kap op de toren die als noodvoorziening was aangebracht werd vervangen door een nieuwe spits met kruis en haan.

Modernisering

In datzelfde jaar werd pastoor Peter van den Broek benoemd die in 1963 werd opgevolgd door pastoor Geraets. Gedurende zijn ambtsperiode veranderde het kerkgebouw geheel. Zo werd o.a. de kerk van binnen wit geverfd. Er kwamen meer zitplaatsen, een groot gedeelte van de vloer werd vervangen en het Maria - en Lambertusaltaar werden weggebroken. De communiebanken en de preekstoel werden verplaatst en het hoofdaltaar werd van zijn treden ontdaan. Pastoor Geraets nam op 30 september 1973 afscheid en werd opgevolgd door pastoor Leën welke tot 1986 in functie zou blijven.

Pastoor Hans Franken werd in 1986 geïnstalleerd. Tijdens zijn ambtsperiode leed het kerkgebouw schade als gevolg van een interne brand en de aardbeving. Daar de kerk van binnen toch al aan een grondige opknapbeurt toe was, werden plannen gesmeed voor een algehele restauratie. Daarmee kon door zijn opvolger, pastoor André Pierik, die in 1994 werd benoemd als pastoor van de parochies in Reuver en Offenbeek, eind 1996 een begin worden gemaakt. Van het resultaat van deze restauratie kunnen we thans elke dag genieten! Voor de zoveelste keer in het bestaan van de parochie kon het kerkbestuur rekenen op een gulle bijdrage van de parochianen, die het hierdoor mogelijk hebben gemaakt de kerk voor het nageslacht te bewaren. Pastoor Pierik kreeg in 2000 eervol ontslag op eigen verzoek en werd opgevolgd door pastoor Franz Houwman, die tevens werd benoemd als pastoor voor de parochies in Beesel en Offenbeek.

Halverwege oktober 2001 werd pastoor A. Keller als assistent toegevoegd aan het pastorale team.
Eind 2015 wordt pastoor Houwman benoemd in de Federatie Born en wordt in januari 2016 opgevolgd door pastoor Cesar Tablon M.S.P.

Pastoor Cesar krijgt in september 2016 assistentie van Diaken Harm Klein.