De zeven sacramenten

De sacramenten zijn door Christus ingesteld en zijn zeven in getal, te weten het doopsel, het vormsel, de eucharistie, boete en verzoening, de ziekenzalving, de priesterwijding en het huwelijk. De zeven sacramenten raken alle fasen en belangrijke momenten in het leven van de christen: zij brengen het geloofsleven van de christen tot ontstaan en groei, verlenen genezing en zending.

Het Doopsel

“Gaat dus en maakt alle volkeren tot mijn leerlingen en doopt hen in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest, en leert hen te onderhouden alles wat ik u bevolen heb” (MT. 28, 19-20).

Bij het doopsel giet de priester of diaken water over het hoofd van de dopeling waarbij hij de Drie-eene God aanroept: “Ik doop je in naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest”. Door het doopsel wordt de dopeling opgenomen in de gemeenschap van de Kerk. Bovendien krijgt hij vergeving van erfzonde en alle andere persoonlijke zonden en neemt hij deel aan de zending van Christus. Wie zijn kind laat dopen neemt de verplichting op zich, zijn kind in de geest van Christus en zijn Kerk op te voeden. Naast kinderen kunnen natuurlijk ook volwassenen die nog niet gedoopt zijn het sacrament van het doopsel ontvangen.

Doopvoorbereiding en doopsels in onze parochies

In navolging van vele andere parochies worden de kinderen uit onze parochies nu ook in een gezamenlijke doopviering gedoopt (voor de data raadpleeg de pagina “Jaarplanner”). De belangrijkste reden dat wij zijn overgegaan tot het gezamenlijke dopen van kinderen is het steeds groter wordende priestertekort. Ook al zouden we het graag willen, is het gezien de vele werkzaamheden van een parochieherder niet meer mogelijk om ouders apart op het doopsel voor te bereiden en alle kinderen in een aparte viering te dopen. Bovendien heeft het gezamenlijke dopen tot voordeel dat het gemeenschapsaspect, het samen kerk zijn, beter tot uitdrukking komt.

Wilt u uw kind laten dopen neem dan contact op met de parochieassistente. Zij zal u alle benodigde bescheiden doen toekomen en afspraken met u maken. Voorafgaand aan het doopsel wordt er een voorbereidingsavond gehouden. Op deze voorbereidingsavond, waaraan u geacht wordt deel te nemen, zal nader op de betekenis van het doopsacrament en de opbouw van de doopviering worden ingegaan.

Het Vormsel

“Toen de apostelen in Jeruzalem vernamen dat Samaria het woord van God had aangenomen, vaardigden zij Petrus en Johannes naar hen af, die na hun aankomst een gebed over hen uitspraken, opdat zij de Heilige Geest zouden ontvangen. Deze was namelijk nog over niemand van hen neergedaald; ze waren alleen gedoopt in de naam van de Heer Jezus. Zij legden hen dus de handen op en ze ontvingen de Heilige Geest” (Hand. 8, 14-17).

Het vormsel vervolmaakt de doopgenade. Wanneer de dopeling de jaren van verstand heeft bereikt kan hij door de bisschop of diens vervanger door zalving en handoplegging het sacrament van het vormsel ontvangen. De vormeling moet zelf de bereidheid hebben om het sacrament te ontvangen. Hij moet zijn geloof kunnen belijden en bereid zijn om zijn rol als leerling en getuige van Christus in kerk en samenleving op zich te nemen.

Vormselvoorbereiding en vormsel in onze Parochies

De kinderen van groep 8 of 7/8 van alle basisscholen in onze parochie krijgen aan het begin van het schooljaar via school een aanmeldingsformulier voor het vormsel. De scholieren die zich hebben aangemeld zullen op school door de pastoor op hun vormsel worden voorbereid. Zit uw kind op een basisschool buiten de parochies en wil het ook het vormsel ontvangen, neem dan ook aan het begin van het schooljaar contact op met de parochieassistente.

De Eucharistie

Jezus zegt: “Ik ben het levende brood dat uit de hemel is neergedaald. Als iemand van dit brood eet, zal hij leven in eeuwigheid (….)” (Joh. 6, 51).

De eucharistie is het hart en het hoogtepunt van het leven van de Kerk. Wanneer de priester over brood en wijn de zegen van de heilige Geest afroept en de woorden van de consecratie uitspreekt is de levende en verheerlijkte Christus zelf in ons midden aanwezig. Door het geschenk van de communie wil Christus de Kerk laten delen in zijn offer van lofprijzing en dankzegging. Door het sacrament schenkt Hij ons rijkelijk zijn heilsgaven en het onderpand van het eeuwige leven. Omdat Jezus zelf in al zijn goedheid bij ons wil zijn, zal degene die wil communiceren in staat van genade moeten zijn.

De Heilige Communie in onze Parochies

De kern en het hoogtepunt van het parochieleven is de Heilige Mis, waarin we luisteren naar het Woord van God en de Heilige Communie ontvangen. Wie zijn katholiek zijn op een juiste wijze beleeft, zal altijd weer een groot verlangen hebben om regelmatig Jezus Christus in de Heilige Communie te ontvangen. Als parochie ervaren we onze verbondenheid in Christus ten diepste in het samen bijwonen van de heilige eucharistieviering. Een goed verzorgde liturgie is daarom een van de belangrijkste aandachtspunten van de geestelijken en vele vrijwilligers.

Voor degenen die door ziekte niet in staat zijn om de Heilige Mis bij te wonen, wordt er eenmaal per maand de ziekencommunie rondgebracht (voor data zie pagina “Jaarplanner”). Wilt u ook van dit aanbod gebruik maken, meldt u dat dan bij de parochieassistente. Andere vormen van verering van onze Heer Jezus Christus is de wekelijkse aanbidding. Bovendien wordt er jaarlijks in de parochie Beesel een sacramentsprocessie gehouden.

Bijzondere aandacht krijgt de voorbereiding van de kinderen op de Eerste Heilige Communie. Aan het begin van het schooljaar krijgen de kinderen van de basisscholen een aanmeldingsformulier. Dit formulier moet ingeleverd worden bij het parochiebureau of het parochiecentrum. Als u uw kind heeft aangemeld wordt u zo snel mogelijk op de hoogte gesteld van alle data en activiteiten die er in het kader van de communievoorbereiding worden ondernomen. De sacramentencatechese vindt plaats op school.

Boete en Verzoening

Op paasavond verscheen Jezus aan zijn apostelen en zei tot hen: “Ontvangt de Heilige Geest. Aan wie gij de zonden vergeeft, hen zijn ze vergeven, en aan wie gij ze niet vergeeft, hen zijn ze niet vergeven” (Joh. 20, 22-23).